De Vlaamse verzuchting voor gelijkberechtiging van de eigen taal resulteerde in 1970 in een federale staatsstructuur. Deze structuur is steeds fragiel gebleven en op federaal vlak een doelmatige beleidsploeg vormen is geen sinecure. Dit congenitaal antagonisme wordt nog verhevigd door de opsplitsing van de nationale partijen.
Toch blijft het Belgische staatsbestel taai standhouden, ondanks een ver doorgedreven overdracht van bevoegdheden naar de deelgebieden. De auteur betoogt dat deze paradox zijn verklaring vindt in de centrale rol en ligging van Brussel. Dit derde Gewest vormt steeds meer een knooppunt tussen de twee grote taalgemeenschappen, waarbij de herwaardering van het Nederlands opmerkelijk is. Bovendien zijn noch Vlaanderen noch Wallonië bereid ‘Brussel los te laten’. Vervolgens ontleedt de auteur de meest prangende probleemdossiers: confederalisme, het dispuut over de financiële transfers tussen de Gewesten en de alternatieven inzake economisch, fiscaal en sociaal federalisme. Tot slot schetst hij opmerkelijke beleidsoriëntaties, die aan een volwassener federaal samenleven kunnen bijdragen.
Over de auteur(s):Sylvain Plasschaert, econoom, is erehoogleraar aan de Universiteit Antwerpen en de K.U.Leuven. Hij was ook lid van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en van de Hoge Raad van Financiën.
Uitgeverij Garant – Somerstraat 13-15 – 2018 Antwerpen – info@garant.be