Pauli’s pen: Eeuwig groen met een grijze baard

Ludo Dierickx is gisteren op 80-jarige leeftijd gestorven. Met dat overlijden verliest Groen!, zeker toen het nog Agalev heette, een van zijn pioniers. Een man die Agalev op de kaart zette toen de dieren nog spraken. Dat wil zeggen: lang voor er al sprake was van Jos Geysels of Mieke Vogels. Een kerel die op de foute ogenblikken boodschappen verkondigde die onmodieus, zelfs in de tijdsgeest van de late jaren negentig contraproductief leken. En dus werd hij gemarginaliseerd, en tenslotte (politiek) geliquideerd.

Ludo Dierickx (1929-2009) is een man die door de geschiedenis werd ingehaald. Eigenlijk speelde hij in de ecologische beweging van Vlaanderen een pioniersrol, al werd en wordt hij de laatste vijftien jaar vooral herinnerd als een has-been. En toch verdient hij beter. En mag zijn levensloop nieuwe generaties groenen tegelijk inspireren en waarschuwen: de biografie van Ludo Dierickx is een staalkaart van wat een partij kan hebben om zowel de wind als lood in de vleugels te krijgen.

Ludo Dierickx was tegelijk laat en vroeg bij Agalev. Laat, omdat hij nooit echt tot de kerngroep behoorde van pater Versteylens Brouwerij in Viersel. Dierickx had wel school gelopen in het Xaveriuscollege te Borgerhout, had daar de beroemde, zoniet beruchte ‘pater Versteylen’ als leraar gehad, maar was daarom niet toegetreden tot de applausclub van de meest rebelse jezuïet van Vlaanderen.

Ludo Dierickx ging zijn eigen parcours, en dat was aanvankelijk ook een pad dat op instemming kon rekenen van zijn eigen milieu. Dat wil zeggen: van een betere Antwerpse familie met diepe christendemocratische banden en met zakelijke belangen. CVP-voorzitter en -minister Frank Swaelen was zijn volle neef (diens moeder was een zus van Dierickx’ vader), zijn broer Wilfried Dierickx bouwt het wisselkantoor van vader Dierickx uit en wordt een prominente speler op Antwerpse financiële markten – hij begeleidt onder meer de financiële take-off van de Vlaamse Luchtvaart Maatschappij (VLM).

Een beetje atypisch zoekt Ludo Dierickx zijn eigen weg. Als lid van de katholiek-financiële elite, zeg maar de Antwerpse bourgeoisie, raakt hij in de ban van de Europese Beweging van de notoire Italiaanse internationalist Altiero Spinelli. In volle Tweede Wereldoorlog hadden die een internationalistisch, antinationalistisch manifest geschreven, dat veel later, vanaf de jaren vijftig, als een van de basisteksten zou dienen voor opeenvolgende pan-Europese manifesten. Ludo Dierickx zou altijd in de ban van Spinelli blijven. Zelfs tot de persoonlijke details toe: kijk naar foto’s van Spinelli en Dierickx, en vergelijk beider grijs-witte, kort tot halflange baard, die hen al op middelbare leeftijd de aura gaf van oudere wijze man.

Ludo Dierickx ging nochtans zijn gang. Zoals in elk mensenleven was die niet perfect kaarsrecht. Al in de jaren zestig werkt hij even voor een christendemocratisch kabinet, in de jaren zeventig hoopt hij op een plaats op een socialistische lijst. En intussen bekleedt hij, door zijn kunde en zijn relaties, de topfunctie van directeur van de Vlaamse Openbare Verzorgingsinstellingen (VOV), de beroepsvereniging van ziekenhuizen ‘met openbare opdracht’, zoals dat heet.

Maar nadat hij in contact was gekomen met de ‘Anders Gaan Leven’-beweging van pater Versteylen riskeerde hij zich vanaf het einde van de jaren zeventig verder en verder. Hij prijkt in 1979 op de allereerste Europese lijst van Agalev, in 1981 hoort hij bij de allereerste groene verkozenen in Kamer en Senaat. Nu lijkt zulks een plichtmatige opsomming in een biografie. Toen was dat heel anders, zeker voor iemand met een ‘veilig’ carrièrepad als Ludo Dierickx. Financieel was zijn broodje gebakken, maar Dierickx koos het risicovollere pad. Omstreeks 1980 kon niemand met zekerheid voorspellen dat ‘groen’ een duurzame politieke stroming zou zijn. En Dierickx zelf verloor prompt zijn job bij de (door christendemocraten en socialisten gedomineerde) VOV.

Ludo Dierickx was hét Agalevgezicht. Dat wil zeggen: van 1981 tot 1985, hoogstens 1987, toen de latere kopstukken Jos Geysels en Mieke Vogels de partij in handen namen. Het hoeft geen betoog dat Geysels en Vogels betere introducties bij de media hadden, en wellicht ook de groene partij zelf tot hogere scores duwden dan de intellectualistische, wat zagerige, soms irritant betweterige Ludo Dierickx ooit vermocht. Hij werd dus gradueel uitgerangeerd, tot hij in de tweede helft van de jaren negentig geen verkiesbare plaats meer kreeg, en ten slotte ontgoocheld opstapte naar de SP van zijn vriend Freddy Willockx, met wie hij een gemeenschappelijke afkeer van het (Vlaams-)nationalisme deelde.

Dierickx lag destijds niet goed bij Wetstraatjournalisten, en dat is een understatement. Hij werd weggehoond, en de toenmalige groene partijtop stimuleerde dat zelfs. De Agalevsterkhouders deden hem af als een fossiel, en zelfs als een sociaaleconomische ‘liberaal’. Hoewel dat laatste verwijt au fond onterecht was, kon Dierickx er zich zo moeilijk tegen verzetten, vanuit die statige, burgerlijke Antwerpse burgerwoning die hij betrok. (Dat hij in dat opulente huis ook Joegoslavische vluchtelingen opnam, haalde amper de media).

Toen zag niemand het, maar achteraf kan een waarnemer zich maar verwonderen over de menselijke woestijn die Agalev (Antwerpen?) aanrichtte. Mohamed Sebadi werd uitgerangeerd, net als Leo Cox en Paul Staes (beiden stapten over naar de CD&V), of ook Ludo Dierickx – en dan hadden we het nog niet over de hele kliek rond Luc Versteylen. Het waren de jaren van overvloed, ook bij de groenen. Hoeveel medestanders en mensen men ook bedankte, afdankte en verloor, ook voor het groene bos leken de takken tot in de hemel te groeien.

Het is vooral merkwaardig als men de concrete aanleiding ziet waarom een man als Dierickx werd geroyeerd. Wel, het breekpunt was dat Dierickx … het Verdrag van Maastricht zou goedkeuren, tégen de groene partijlijn in. Wie enig begrip heeft voor zijn eigen, pan-Europese levensloop, ziet zo dat Dierickx geen belangrijke pas in de Europese integratie kon mislopen. En vandaag vraagt een waarnemer zich af of Vogels en Geysels in hun binnenste niet beschaamd zijn dat ze die pas niét durfden zetten, dat ze alle kleine (evenwel terechte) bezwaren lieten doorwegen op het grote (doch onaffe) project dat Maastricht nu eenmaal was. Maar destijds werd dat anders gezien. Toen heette de pro-Maastrichtkoers van Dierickx ‘absoluut ouderwets’, de antipolitiek van Geysels en Vogels ‘hip’ en ‘modern’, ook al lag het standpunt van de eerste in lijn met dat van Van Miert, Dehaene, Verhofstadt en co. Het luidde het begin in van een definitieve breuk, waar ook de groene partijtop onbarmhartig omging met dissidenten en de karaktermoord niet schuwde. Een politieke breuklijn die overigens overschaduwd werd door een generationeel conflict, waarbij ‘ouwe’ Dierickx voor al te veel Agalevgeledingen een sta-in-de-weg was.

Dierickx zag zich gesandwicht in een ‘tussengeneratie’. Hij kreeg omstreeks 1980 veel kritiek van Luc Versteylen en co., die hem beschuldigden van ‘electologisme’ – Versteylen vond in die tijd om het kwartier een nieuw begrip uit. Maar Dierickx brak niet met ‘de groene beweging’, wat hem vanaf 1990 een has-been maakte in de ogen van veel harde realo’s als Geysels en Vogels. Te politiek voor de echte groenen, te wollig/zeurderig/oud voor de nieuwe en – het moet gezegd – best succesvolle generatie.

Dierickx bleek, zijn eigen reputatie ontrouw, egocentrisch noch rancuneus. Al einde 2003, dus toen Stevaert in alle peilingen de hoogste ogen gooide, keerde hij stilletjes terug naar Groen!. Had hij gemerkt dat hij niet sexy genoeg was om bij de sp.a door te breken? Of was het gewoon een overtuiging, zoals hij zelf zei: ‘anders is het ecologisme helemaal verdwenen in Vlaanderen’? Hij hoorde niet meer tot de top, maar dat weerhield Ludo Dierickx er bij de laatste voorzittersverkiezingen niet van om zich kandidaat-opvolger van Vera Dua te stellen. Het was wijs van de groenen dat ze de oude Dierickx niet kozen, maar het was flink van die grijze zeventiger dat hij durfde wat Groen! zo weinig laat zien: een portie ontwapenende naïviteit. David tegen Goliath. De kleine zonderling tegen de common sense.

Ludo Dierickx heeft in de grote politieke geschiedenis zijn kleine plaatsje afgedwongen, met en tegen zijn partijtje in. Hij deed wat hij dacht, wat hij meende te moeten doen, en wat hij kon. Dat was wat minder dan wat hij ooit hoopte of beoogde, maar meer dan waarop hij destijds werd afgerekend en uitgerangeerd. Hij zag dat onheil amper afkomen. Ook in die zin bleef de oude grijzende man een groentje.
(Walter Pauli)
09/04/09