Debat over zin en onzin van een verdere federalisering van België

België is een land dat al in vergaande mate gefederaliseerd is. De gewesten en gemeenschappen beschikken over ruime bevoegdheidspakketten met bijhorende budgetten. Maar velen zijn niet echt tevreden met de situatie. Er zijn stemmen die vinden dat we al te ver gegaan zijn, en dat bepaalde bevoegdheden best weer worden teruggeheveld naar het federaal niveau. Anderen vinden dat we veel verder moeten gaan, dat de gewesten en gemeenschappen veel meer bevoegdheden moeten krijgen en dat sommige bevoegdheden slecht verdeeld zijn, met daaruit volgend slecht bestuur.

Maar is het werkelijk zo dat België verder moet gefederaliseerd worden? Welke aspecten van het bestuur zouden door verdere boedelscheiding beter kunnen worden? Of heeft de drang naar verdere federalisering te maken met centen, met een rijk Vlaanderen dat niet langer solidair wil zijn met een armer Wallonië, en dat egoïsme verpakt onder de slogan ‘beter bestuur’? Of spelen er nog andere elementen mee: een rechterzijde die hoopt dat een autonomer Vlaanderen een neoliberale politiek kan voeren, iets wat vandaag soms nog ver- of gehinderd worden door een in Vlaanderen nogal vaak als autoritair of vermolmd afgeschilderde PS?

Dave Sinardet is politicoloog en verbonden aan de Universiteit van Antwerpen. Maxime Stroobant is eresenator, professor aan de VUB en erg begaan met de Sociale Zekerheid. Jan Van Doren tenslotte is bestuurder VOKA-Brussel en adjunct-directeur van de studiedienst van VOKA.

Deze drie heren debatteren onder leiding van Jan Stacino over voormelde en andere vragen. Graag vestigen we ook uw aandacht op de organiserende verenigingen. Het gaat hier immers om een niet zo voor de hand liggende samenwerking tussen Vlaamse Volksbeweging/BrusselNL, B-plus en het Masereelfonds.