Belgische kiezers, multitalige cultuur

Regionalistische politici volgen Belgisch kiezende bevolking niet

Alvast op cultureel vlak blijkt België taaier dan veel van ‘onze’ politici denken. Béatrice Delvaux schreef daar onlangs (12 mei) in Le Soir een editoriaal over: “La culture, best of Belgium”. Ze stelde vast dat de culturele sector in dit land wel degelijk nog in staat is om over ‘de taalgrens’ heen samen te werken. Iets wat de dames en heren politici almaar moeilijker valt.

Op zijn binnenpagina’s bracht Le Soir een stuk over hoe de Belgen zich de jongste decennia meer Belg zijn gaan voelen. Probleem: de politiek volgt de bevolking niet. Ook niet bij de PS. “Les élites PS, régionalistes, pas les électeurs”, titelde de krant in een nevenartikel.

Kort samengevat: “Er is een regionalistische basis bij de PS–elite, daar waar de PS–kiezers Belgisch kiezen.” Wat resulteert in veel vruchteloze pogingen van PS en co om de Franstaligen in dit land een ‘Waalse identiteit’ aan te praten. 

Onderzoekers van de UCL stelden overigens vast dat zelfs bij NVA een soortgelijke scheiding tussen politici en kiezers vast te stellen is: de partij wil het eind van België, veel NVA-kiezers het behoud ervan. “42 % van de NVA-kiezers identificeren zich (op de eerste of tweede plaats, NVDR) met België daar waar slechts 3,3 % van de partij-elite dat doet.” Waarom ‘de mensen’ dan NVA stemmen ? Waarom denkt U ? (Een ‘hint’: uit welke hoek kreeg B. De Wever onlangs doodsbedreigingen ?)

Culturele uitwisseling op alle niveau’s:

Van Théatre National & KVS tot Dag Allemaal

Terug naar die culturele taaiheid of levendigheid, of openheid, zoals u verkiest. Béatrice Delvaux beschreef hoe in Brussel én elders in het land, de culturele instellingen zoals Théatre National en KVS (met voor hun nieuwe seizoen een gemeenschappelijk programma) blijven samenwerken. Terwijl de politici het land blijven uiteen halen, stelde Delvaux, blijven culturele initiatieven zich opwerpen als ontmoetingsplekken voor Frans- en Nederlandstaligen. “Men kan de taalgrens oversteken, talen en identiteiten mengen en dat zonder zijn ziel of zijn geschiedenis te verliezen.” En zo kan je vaststellen dat er Franstalige stukken worden opgevoerd in Antwerpen en Nederlandstalige in Mons (Bergen).

“Men durft alles, zelfs stukken opvoeren in de beide landstalen”: “On ose tout désormais, même le spectacle bilingue, comme le ‘Raymond’ de De Pauwe/Gunzig, ou le tout récent ‘Passions humaines’ créé à Mons par des acteurs flamandes et francophones.”

De politiek heeft daar niets toe bijgedragen. Integendeel. Maar door de druk uit de cultuursector kwam er onlangs – na 30 jaar van weigering – wel een cultureel akkoord tussen de twee taalgemeenschappen. Een akkoord dat de beide cultuurministers – Milquet en Gatz – nu aan het concretiseren zijn.

Overigens hoeft men niet eens altijd naar “de grote culturele instellingen” te kijken om te merken hoe dit land blijft samenhangen over de ‘taalgrens’ heen. Wonende in Limbourg verbaas ik me er nog vaak over hoe je hier in de regio Verviers in haast alle krantenwinkels Nederlandstalige publicaties aantreft. Van de kranten De Standaard, Laatste Nieuws en De Morgen tot en met Dag Allemaal ! (Vorige week gekocht in de Delhaize van Stembert voor een interview met Etienne Vermeersch. En voor al de roddelverhalen uiteraard ook … Als mediawatcher moet ik me daar toch ook van op de hoogte houden, nietwaar beste kwaliteitskrantenlezer ?)

Brussel de multitalige stad

Een mooi stukje Belgische cultuur valt ook te vinden op de webstek van MO. Oud-BRT-journalist Geert Van Istendael schreef voor MO het artikel “De hartstochtelijke tweetaligheid van de kunsten”.

Het stuk wordt als volgt ingeleid: “Nog tot 30 mei waart het Kunstefestivaldesarts door de Brusselse theaterzalen. Bij die gelegenheid denkt MO*columnist Geert Van Istendael na over de tweetaligheid van de kunsten. ‘In Brussel hebben woorden als cultuur, taal en identiteit geen enkelvoud meer.’”

Als Van Istendael het over de uitgangspunten van het Kunstenfestivaldesarts heeft, stelt hij dat de tweetaligheid daar meteen bijhoorde. “Zeg maar: de hartstochtelijke tweetaligheid. Zo wortel je in dit gewest, in deze hoofdstad van België en Europa, in deze stad, een der laatste Europese steden die elke dag opnieuw inspanningen levert om twee sterk verschillende en ongelijke talen op voet van gelijkheid te behandelen. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Laten we toch vooral niet vergeten dat nog maar een eeuw geleden Europa kon bogen op hele reeksen steden die meertaligheid cultiveerden.

In Praag, de geboortestad van Kafka, in Czernowitz, de geboortestad van Paul Celan, in Vilnius, de geboortestad van Romain Gary, in Riga, de geboortestad van cineast Sergeï Eisenstein, in al die steden en in zoveel andere is de meervoudigheid van taal en cultuur versmoord in de bloedbaden van de twintigste eeuw. In Brussel niet.”

Een Belgische prestatie. Waar wel deze bedenking bij hoort: door de migratie is heus niet alleen Brussel multitalig. Ga eens naar Amsterdam, Londen of Stockholm: wat je daar én elders aan talen hoort … (Verschil met Brussel is wel dat het daar niet om ‘officiële meertaligheid’ gaat; zonder dus de ‘inspanningen’ waar Van Istendael op wijst om twee talen gelijk te behandelen.)

Hyperdiversiteit

Van Istendael beschrijft verder hoe “een tweetalig festival” geen “evidentie was in een stad als Brussel.” “Er was tegenstand en onwil en onbegrip. Iemand heeft het festival ooit een pseudo-tweetalig onding genoemd” (….) Maar dat is voorbij. Onze doordachte tweetalige aanpak is een vanzelfsprekendheid geworden en, dat is toch verheugend, ook een inspiratie voor talrijke nieuwe initiatieven, schitterende initiatieven, die bruggen slaan tussen talen en culturen.”

En het blijft niet bij tweetaligheid: “Het woord tweetaligheid volstaat al jaren niet meer om de stuwing inzake taal en cultuur te beschrijven die door Brussel vaart. Zelfs het woord multiculturalisme komt ons nu voor als een relict uit een grijs verleden. Brussel omhelst de hyperdiversiteit. In Brussel hebben woorden als cultuur, taal en identiteit geen enkelvoud meer. Is dat makkelijk in het leven van alledag? Als ik daar ja op zou antwoorden, loog ik.

Soms vraag ik me af of die hyperdiversiteit zich niet veeleer aan Brussel opdringt. Laten we onszelf niets wijsmaken. Deze betrekkelijk nieuwe ontwikkeling verloopt niet zonder slag of stoot, het gaat er lang niet altijd harmonisch aan toe, ver van. Maar is een stad als Brussel wel denkbaar zonder dissonanten? Is een stad van de eenentwintigste eeuw wel mogelijk zonder conflict, zonder wrijving, zonder spanning?”

Ons Europa in de spiegel

Op het Kunstenfestivaldesarts geldt volgens Van Istendael “slechts één verbod: gij zult niet zelfgenoegzaam zijn. En voor het hele festival geldt als opperste gebod: de kunstenaar staat centraal. Ja, de centrale figuur van het festival is de kunstenaar. Met recht en reden, want zij/hij is het die de lastige vragen stelt, de vragen die storen. Die onze al te gemakzuchtige zekerheden in twijfel trekt, onze toch zo Europese zekerheden. Die ons dwingt in de spiegel te kijken.” (…)

“Daar zie je ons Europa dat (…) alle waarden verwerpt behalve de ruilwaarde. Ons Europa dat ieder doel verwerpt behalve dat ene: rendement, bezuiniging, als het moet door een heel volk in de ellende te stoten. Ons Europa dat hard zijn best doet om zijn twee hoogste verworvenheden te verwerpen, de twee verworvenheden zonder welke het niet de moeite waard is dat onze beschaving blijft leven.

Eén. Geen enkele inspanning is én de Unie én de lidstaten te zwaar om de systemen van sociale zekerheid te verzwakken, die genereuze systemen van georganiseerde solidariteit, die het resultaat zijn van bittere strijd, en die ik zonder aarzelen de bekroning noem van de Europese beschaving.

Twee. Al te veel regeringen kunnen en willen het niet laten om te besparen, te beknibbelen, te snoeien op cultuur. Maar als Europa géén cultuur is, wat is het dan wel?

En dan is er het lelijkste in de spiegel. Duizenden die groot gebrek en grote dreiging in hun thuisland ontvluchten en proberen te naderen tot Europa, die naar Europa verlangen als naar een verlossing, betalen dat verlangen met een nameloze verdrinkingsdood.”

Hier moet wel de tegenvraag gesteld worden, wat er van Europa worden zou als het iedereen binnen liet. Volgens sommige enquêtes wil een half miljard Afrikanen weg van zijn continent. Een half miljard Afrikanen (en nog anderen) dat het half miljard Europeanen (in de Unie) wil vervoegen … Bovendien: wat doen de Afrikaanse leiders ? En de Arabische ? Moet je zoals de Turkse president Erdogan ‘het Westen’ met de vinger wijzen omdat de Egyptische legerleiders de moslimbroeders onderdrukken ? “Het Westen laat dat toe.” Is ‘het Westen’ en alleen het Westen, is ‘Europa’ en alleen Europa schuldig aan alles en de anderen aan niets ? Spreid je niet juist door zulke ongenuanceerde kritiek het bedje van de ‘nationalisten/separatisten’ à la Blok en NVA ?

Beschaving of beschadiging ?

Van Istendael klaagt ook de slogan “There is no alternative” aan. “Het meest anti-democratische wat een mens kan zeggen. Democratie gaat altijd over alternatieven, over het beschaafd georganiseerde en voluit erkende meningsverschil, kortom, over alternatieven. Hoe heet het systeem dat géén alternatief toestaat? (…) Dictatuur.

Wat mij in het Kunstenfestivaldesarts altijd heeft aangetrokken, is het fluisteren, het vragen, het tonen, het oproepen, het laten vermoeden van myriaden alternatieven, ook, ja, in de eerste plaats, van alternatieven waaraan ik uit mezelf nooit gedacht zou hebben of alternatieven die mij niet aanstaan. Dat, en de hele hedendaagse, veelvormige schoonheid en lelijkheid die het festival naar ons brengt, naar ons hier in Brussel, maakt het festival voor onze stad en haar bewoners en haar gasten niet alleen aanbevelenswaardig, maar vooral onmisbaar. “ (voor het volledige artikel: zie http://mo.be/column/hartstochtelijke-tweetaligheid-van-de-kunsten )

Nu Brussel nog wat ecologischer krijgen. Elke keer ik er terugkeer valt me dat als eerste op: het stinkt er. Die lucht ! Correctie: dat mengsel van diesel, benzine en wat al nog … Waarmee we bij de ecologische prijs terecht zijn die we betalen voor onze ‘beschaving’. Om nog maar niet te spreken over wat voor ecologische en sociale schade het driftig consumerende Europa (oa via zijn ‘grondloze veeteelt’) in het Zuiden aanricht. Maar dat is veel minder zichtbaar dan de vluchtelingen uit dat Zuiden.

Jan-Pieter Everaerts

Dit artikel is een herwerkte versie van het edito van het nummer 1064 van het onafhankelijk Belgisch ezine De Groene Belg. De Groene Belg is een onafhankelijke uitgave van vzw Mediadoc. Voor alle correspondentie: mediadoc.diva@skynet.be