Luc Van der Kelen
Luc Van der KelenPolitiek raadgever

Knack, 19 augustus 2019

België heeft in zes grotere en kleinere staatshervormingen een transformatie doorgemaakt van unitaire staat naar federaal land met ruime regionale bevoegdheden.

De reden daarvoor ligt voor de hand: het verlangen naar (Vlaams) zelfbestuur en een groeiend probleem van bestuurbaarheid. De staatshervormingen hebben daar ook toe geleid: Vlaanderen heeft gekregen wat het heeft gevraagd, ruime bevoegdheden om de toekomst in eigen handen te nemen.

De Vlaamse natievorming heeft ook geresulteerd in een belangrijk tekort, het ontbreken van enige efficiëntie wegens de heterogeniteit van de overgedragen bevoegdheden. De federalisering was noodzakelijk om het land samen te houden, maar heeft het bestuur uiteindelijk ook zo complex en ingewikkeld gemaakt, dat niemand nog zijn weg vond in de nieuw opgerichte instellingen. Uiteindelijk eindigde elke staatshervorming daardoor met een gevoel van onvoldaanheid, wat dan weer leidde tot … een vraag naar een nieuwe staatshervorming, volgens een ritme van ruim berekend één om de tien jaar.

Er bestaat geen plan

De hoofdoorzaak is eenvoudig: er is geen plan. Het is alsof de architect van het nieuwe België is beginnen te bouwen aan een nieuwe basiliek zonder visie over hoe het bouwwerk er zou uitzien. Bijgevolg werd er gebouwd en bijgebouwd op de chaotische manier die wij in België kennen. Als de kathedraal dreigde in te storten werd er wat nieuw beton tegenaan gespoten, wat de doorzichtigheid totaal wegnam.

Een begroting in evenwicht tegen 2024 zal een succes zijn.

Het bestuur van een land met al zijn verschillende aspecten is een zeer complex gegeven, dat een solide basis nodig heeft, als het niet wil eindigen zoals de Morandibrug in Genua. De vergelijking met Italië is niet geheel toevallig. Wie een natie wil hervormen, moet weten waar hij of zij naartoe wil, hoe de brug er finaal zal uitzien, wie waar in charge zal zijn en hoe we ons geld het meest efficiënt kunnen besteden en het nadien ook onderhouden.

De staat hervormen in zes schuifjes – en er komt zeker nog een zevende, misschien wel de zevenklapper van het confederalisme – was een basisfout. Het is makkelijk spreken aan de zijlijn, dat realiseer ik me wel, en vijftig jaar geleden was het niet evident een bestuurlijke revolutie te ontwerpen, precies omdat het ging om het besteden van het geld en het uitoefenen van macht. Toch had het initieel anders gekund en gemoeten, met een duidelijk plan voor ogen, over wie waar welke bevoegdheden zou uitoefenen. En nog is het proces niet ten einde. Er komt nog een episode of meer dan een.

De zevende hervorming is onvermijdelijk

Aan beide kanten zijn fouten gemaakt. Franstalig België, zoals bekend niet de meerderheid in het land, heeft de arrogantie doorgedreven met zijn strategie van “demandeur de rien”. Als men in een huishouden democratisch moet samenleven, moet de meerderheid besturen in respect voor de verlangens van de minderheid, zeker niet als de twee partijen beschikken over een krachtsverhouding die niet zo ver van elkaar verwijderd is.

Maar jarenlang hooghartig het gesprek met de meerderheid weigeren, moest wel tot grote problemen leiden. Vandaag kunnen meerderheid en minderheid herleid worden tot N-VA en PS. Wie het goed meent met het land en zijn burgers, zal zijn strategie op een andere manier moeten voeren, zo niet zal het uiteindelijk volkomen fout aflopen. Een oplossing kan er enkel komen als men het gesprek aangaat, samen rond de tafel.

Iedere nieuwe hervorming werd uiteindelijk uitgewerkt na een politieke crisis, de een al ernstiger dan de ander, telkens na verkiezingen, waarin de positie van de traditionele partijen verder werd ondergraven.

Ook aan Vlaamse kant zijn belangrijke fouten gemaakt. De Vlaamse politici hebben zelden het achterste van hun tong laten zien. Ze hebben op geen enkel moment – misschien op Hugo Schiltz na – duidelijk gemaakt waar ze met dit land naartoe wilden, of indien nodig, niet naartoe wilden. Na elke hervorming bestond de indruk dat er belangrijke stappen waren gezet. Alleen was dat niet heel eerlijk. Na lange of kortere tijd, soms zelfs de dag van ondertekening van de nieuwe hervorming al, kwamen de nieuwe Vlaamse eisen op tafel. Zo was de hervorming van de instellingen een on going-proces, waar nooit een einde aan scheen te komen. Daardoor werd het vertrouwen van de Franstaligen in de Vlaamse politici steeds verder ondermijnd. En vice-versa ook het vertrouwen van de Vlamingen in de Franstalige collega’s.

Iedere nieuwe hervorming werd uiteindelijk uitgewerkt na een politieke crisis, de een al ernstiger dan de ander, telkens na verkiezingen, waarin de positie van de traditionele partijen verder werd ondergraven.

VB en N-VA samen sterker

Er is een tweede element dat het vertrouwen heeft ondermijnd: de opkomst van Vlaams Blok/Belang. Toen ik begon aan mijn journalistieke carrière, vroege jaren ’70, hadden de drie tradopartijen nog 80 percent van de stemmen samen. Bij de laatste verkiezingen was dat gedaald tot 40 percent.

Elke keer weer werd België een stukje moeilijker bestuurbaar, omdat de nationalistische partijen in Vlaanderen stelselmatig sterker werden, tot het moment dat de leidende Vlaamse partijen deden wat van hen kon worden verwacht, de onbestuurbaarheid van het land stimuleren en versterken. We beleven nu weer zo’n periode, waarin het vrijwel onmogelijk lijkt om nog een federale regering op de been te krijgen.

De opeenvolgende crises werden nog geaccentueerd omdat er niet alleen een vertrouwensbreuk kwam onder de politici maar ook onder de bevolking zelf. Oorzaak daarvan is het feit dat in het bestuur wegens redenen van democratische aard geen rekening werd gehouden met het opkomende extreem-rechts, en nu ook extreem-links. In Vlaanderen steeg het VB bij momenten tot een kiezer op vier en na de jongste verkiezingen toch weer tot bijna 20 percent. In het beleid is daar tot dusverre weinig van te merken, op wat maatregelen voor veiligheid en identiteit na. Voor de rest heeft de democratische verschuiving in de verkiezingen geen enkel gevolg gehad. De boodschap aan de kiezers was simpel: stem anders en het zal nooit veranderen.

In 2014 kende VB dankzij Bart De Wever een geweldige terugslag, maar daar is de partij inmiddels alweer van genezen. Ze zit opnieuw in een opgaande lijn. In tegenstelling tot vroeger boeken vandaag overal in de EU extreem-rechtse partijen aanzienlijk succes. Nu Bart De Wever onderhandeld heeft met VB en een VB-stem minder verloren lijkt, is de vrees of de verwachting in Vlaanderen zeer reëel dat VB over vijf jaar kans maakt om mee te besturen. Ik woon in een gemeente, Schoten, in de Antwerpse rand, waar de twee V-partijen samen 60 percent waard zijn. Dat biedt VB perspectief.

De tijd dat N-VA en VB verbonden vaten waren, waarbij de een steeg als de ander daalde, lijkt voorbij. Ze werden voor het eerste samen sterker. In het Vlaams Parlement hebben ze nog vijf zetels nodig om met zijn tweeën een regering te vormen. En nu al heeft de N-VA wat getemporiseerd om uit te kijken naar eventuele overlopers van liberalen en christen-democraten, een eerste poging om samen te regeren. Deze strategie lijkt ingegeven door Theo Francken, wiens positie bij N-VA aanzienlijk is versterkt. Hij heeft het van alle lijsttrekkers het best gedaan. Hij werpt zich op als de nieuwe leider, maar Bart De Wever houdt dus vast aan zijn voorzitterschap.

Stuur een vrouw naar Europa

Aan de andere kant, in het zuiden van het land, heeft de PS een serieus probleem met de opkomende PTB. In Vlaanderen begrijpt niet iedereen dat de PS nooit de uittredende Zweedse coalitie zal depanneren. Di Rupo en co zullen nooit federaal besturen met vier rechtse partijen, drie in Vlaanderen plus de MR. Wie dit denkt, kent de Belgische politiek niet. Uiteindelijk zal de PS discreet of openlijk wel praten met de N-VA. Dat is de logica der dingen, de twee grootste partijen die elkaar moeten vinden, het is enkel nog wat vroeg. Het heeft wat tijd nodig maar de economische en politieke actualiteit zal ergens in de herfst druk zetten op de partijen om toch een regering te maken.

Er zijn wel enkele deadlines, zoals de keuze voor de Belgische commissaris bij de EU. Alles wijst erop dat het deze keer aan de Franstaligen zal zijn. België is weer eens bij de laatste vijf landen om een kandidaat te sturen. Wellicht zal het opnieuw een vrouw moeten zijn, maar zal ze opnieuw moeten tevreden zijn met een bescheiden departement. Sophie Wilmes, de huidige minister van Begroting voor de MR, lijkt dan de beste kansen te hebben.

Het opstellen van een begroting tegen einde oktober, wat de EU-Commissie wil, is toch minder dwingend. Ten eerste zullen we niet het enige land zijn met een begroting die niet in evenwicht is, ten tweede beschikt de EU niet over veel middelen om een begroting af te dwingen. Wat kan de EU doen in de huidige politieke constellatie met landen als Italië en andere om een sluitende begroting af te dwingen? Een nieuwe regering met een begroting zal wel iets worden voor het einde van het jaar. Uiteindelijk zal er een nieuw tijdschema moeten opgemaakt worden om de begroting in evenwicht te brengen. Het zal iets voor 2023 of 2024 worden. Als dat gebeurt, wat niet zo zeker is, zullen we gewagen van een succes.