Tony Van de Calseyde
Tony Van de CalseydeOndervorzitter directiecomité

Knack, 21 juli 2019

Wat men ook moge beweren, de voorbije verkiezingen gingen niet over het communautaire. Ze gingen over pensioenen, het klimaat en migratie. Niet over confederalisme. Dat men nu plots wél overal over confederalisme spreekt, heeft veel te maken met de manier waarop Bart De Wever de verkiezingsuitslag geframed heeft. ‘Vlaanderen heeft nog nooit zo rechts en zo Vlaams gestemd’, aldus De Wever. Dat is larie. Maar De Wever, die op die manier handig de omvang van de eigen verkiezingsnederlaag maskeerde, kwam er wel mee weg.

Fata morgana

Hoe dan ook, dat het confederalisme door de N-VA nu voorgesteld wordt als dé oplossing voor alle institutionele problemen in ons land, is demagogisch.

Frank Vandenbroucke (SP.A) had groot gelijk toen hij dat in een uitzending van Terzake (Canvas, 31 mei 2019) stevig op de korrel nam. Terecht vergeleek hij het confederalisme van de N-VA met de brexit en stelde hij dat het aan de mensen iets voorstelt wat niet bestaat, een fata morgana.

Artikel 1 van de statuten van de partij zegt nog steeds dat Vlaanderen een onafhankelijke republiek moet worden. Separatisme is dus nog altijd het einddoel.

Stellen dat confederalisme tot een efficiënter bestuur leidt, is niet geloofwaardig.

Alleen durfde de partij daar niet mee naar de kiezer trekken. Want in Vlaanderen is daar geen meerderheid voor, verre van zelfs. En dus zwakt de partij haar wensdroom af tot ‘confederalisme’.

Ze vergeet daar dan wel bij te zeggen dat confederalisme doorgaans wordt voorafgegaan door separatisme. Een confederatie bestaat immers uit onafhankelijke staten, en die staten sluiten een verdrag over wat zij samen willen doen. Een verdrag is doorgaans ook eenzijdig opzegbaar. De confederatie is dus in wezen een zeer broze constructie.

Geen wonder dat er nergens in de geschiedenis, waar ook ter wereld, succesverhalen bestaan rond confederaties. Telkens vormden confederale staten maar een tussenstap, hetzij naar een volwaardige federatie, hetzij naar een volledige scheiding.

Door confederalisme als oplossing voor de Belgische problemen voor te stellen, scoort de N-VA twee keer.

Eén keer omdat ze zo ook ongetwijfeld een aantal nietsvermoedende kiezers kan verleiden die niet per se tegen België zijn, maar die zich wel door de term ‘separatisme’ zouden laten afschrikken.

Een tweede keer omdat het eigenlijke einddoel van de partij, een volledige splitsing van België, noodzakelijkerwijs al in het confederalisme vervat ligt.

Minstens zal het confederale België zoals de N-VA het voorstelt een veel brozer geheel vormen dan het huidige België. Het zal in een confederatie veel gemakkelijker zijn om de stekker eruit te trekken dan vandaag.

Nog méér verdeeldheid

Doordat de soevereiniteit zich niet meer op het Belgisch niveau, maar wel op het niveau van Vlaanderen en Wallonië zou situeren, zouden Vlaanderen en Wallonië een vetorecht hebben voor alles wat op confederaal niveau beslist moet worden.

Er wordt dus beslist bij consensus. Komt er geen consensus, dan komt er geen beslissing.

Stellen dat zo’n model tot een efficiënter bestuur leidt, is niet geloofwaardig. Denk maar aan het Belgische klimaatbeleid. De bevoegdheden inzake klimaat zijn vandaag zo versnipperd dat men er niet toe komt om met één stem te spreken.

Hoewel de urgentie om dat wel te kunnen doen elke dag duidelijker wordt. Dat artikel 7bis van de Grondwet, dat gewijzigd moet worden om een federale klimaatwet mogelijk te maken, op het einde van de vorige legislatuur alsnog voor herziening vatbaar is verklaard, is weliswaar een hoopvol signaal.

Het zal in een confederatie veel gemakkelijker zijn om de stekker eruit te trekken dan vandaag.

Anderzijds liep enkele maanden geleden het uitrollen van een 5G-netwerk in ons land ook nog spaak door communautaire tegenstellingen tussen de deelgebieden.

Enige tijd geleden bleek ook nog dat zogenaamde supertrucks in ons land niet van noord naar zuid kunnen rijden omdat het Brussels Gewest, zelf ook bevoegd voor mobiliteit, ze niet wil toelaten.

En zo zijn er nog tal van voorbeelden over hoe de versnippering van bevoegdheden over de verschillende niveaus in België een coherent beleid verhindert en blokkeert.

Moeten die voorbeelden niet juist aanzetten tot méér samenwerking en tot méér eenheid binnen de federatie, eerder dan de verdeeldheid te versterken? Want dát is inderdaad precies wat confederalisme zou doen: nog méér verdelen.

Legitimiteit

Vandaag horen we Bart De Wever regelmatig België bekritiseren omdat het uiteindelijk slechts een optelsom van twee democratieën zou zijn.

Maar het is uitgesloten dat de Belgen in de confederatie die hij voorstaat een democratischer bestuur zouden krijgen. Integendeel. Het Belgisch parlement zou niet meer bestaan uit rechtstreeks verkozen volksvertegenwoordigers. Het zou herleid worden tot afgevaardigden van het Vlaams en Waals parlement.

Ook de Belgische regering zou bestaan uit ministers die zich niet langer in rechtstreekse federale verkiezingen aan de kiezer hebben gepresenteerd. Ook zij worden afgevaardigd door de deelstaatparlementen.

Op die manier verliest het Belgisch niveau aan legitimiteit. Er ontstaat dan een soort getrapt kiesstelsel, waarbij de burger aan invloed verliest over degene die op confederaal niveau de dienst uitmaken.

België zou verworden tot een soort permanente diplomatieke conferentie. Van diplomatieke conferenties weten we dat die gepaard gaan met achterkamerpolitiek, alsook met een gebrek aan transparantie en democratische legitimiteit.

De N-VA is de eerste om die euvels op Europees niveau te bekritiseren. Waarom pleit ze dan in België voor de invoering van een structuur die door diezelfde euvels gekenmerkt zou worden?

Europa is trouwens óók in belangrijke mate nog steeds een confederale structuur. Onder meer daarom zegt men dat het dikwijls nog te veraf staat van de burger.

Neen, confederalisme is niet het antwoord. Integendeel. Het zou de kwaal nog verergeren.