Naar inhoud

België moet leven tot 2030 (en daarna)

9 december 2019 – Frédéric Amez – www.levif.be

Frédéric Amez reageert op een opinie van Claude Demelenne.

In een opinistuk van Le Vif is Claude Demelenne het eens met de stelling van Bart De Wever dat er in België twee democratieën zijn en dat de ene, de Vlaamse, naar rechts zou overhellen, terwijl de andere, de Waalse, naar links zou overhellen. De verschillen tussen de twee zouden zo groot zijn dat Vlaanderen en Wallonië elkaar niets meer te zeggen zouden hebben, en dat zij niets meer gezamenlijk zouden kunnen doen.

B Plus stelt al geruime tijd de stelling in vraag als zou België bestaan uit twee met elkaar niet langer verzoenbare democratieën. Het is eigen aan het federalisme om op de verschillende niveaus van politieke besluitvorming verschillende opinies tot uiting te laten komen. Dit betekent echter niet dat er op federaal niveau geen meerderheid meer zou kunnen of moeten gevormd worden aangaande thema’s waarvoor dat niveau bevoegd is. Integendeel, het probleem met de huidige situatie is dat teveel partijen de federale logica afwijzen en gewest- en gemeenschapskwesties willen vermengen met de federale politiek.

Het pleidooi van de heer Demelenne voor een rest-België, waarin de Belgische overheid slechts beperkte bevoegdheden zou hebben op het gebied van Buitenlandse Zaken, Defensie en bepaalde aspecten van Financiën, is gebaseerd op een aantal veronderstellingen die nader moeten worden onderzocht.

Vlamingen en Walen, verschillende dromen?

Een eerste veronderstelling is dat Vlamingen en Walen dermate verschillende visies zouden hebben, dat ze samen niets meer zouden kunnen ondernemen. Dat is zeker wat de nationalisten ons willen doen geloven, op basis van de verkiezingsuitslag: Vlaanderen stemt rechts, Wallonië stemt links. Deze simplistische analyse moet worden verworpen. Serieuze studies, uitgevoerd door onze universiteiten, zowel Vlaamse als Franstalige, tonen aan dat de bekommernissen van Vlaamse en Waalse burgers meer overeenkomsten, dan verschillen vertonen. Of het nu gaat om sociaal beleid, pensioenleeftijd, migratiebeleid of veiligheid, de aspiraties van de Vlamingen verschillen nauwelijks van die van de Walen. Ze vertalen dit echter anders in het stemlokaal, simpelweg omdat het politieke aanbod aan beide zijden van de taalgrens anders is. Als een geloofwaardige partij in Wallonië het door de N-VA bepleite migratie- en veiligheidsbeleid zou verdedigen, bestaat er weinig twijfel dat zij daar kiezers zou vinden. Het Vlaams Belang van zijn kant heeft veel Vlaamse kiezers overtuigd met zijn nieuwe programma met sociale accenten.

Kan echt alles gesplitst worden?

Een tweede aanname is dat alles gesplitst zou kunnen worden, inclusief bijvoorbeeld de NMBS, de politie en de rechterlijke macht. Dit mag dan in theorie waar zijn, maar een en ander botst al snel op de realiteit. Men hoeft alleen maar te kijken naar de dagelijkse files die zich tientallen kilometers van de hoofdstad uitstrekken om te zien wat de verdeling van het mobiliteitsbeleid in de praktijk betekent in termen van (im)mobiliteit. Hoewel alles in theorie kan worden opgesplitst, gaat dit op een klein gebied als België vaak gepaard met een aanzienlijk verlies aan efficiëntie en een enorme stijging van de kosten.

Sociale zekerheid, de moeder van alle splitsingen?

Een derde stelling is dat van alle op te splitsen bevoegdheden, de sociale zekerheid het meest delicate punt zou zijn en dat daarvoor een langdurige solidariteitsovereenkomst moet worden opgesteld, om te voorkomen dat Wallonië te verarmd raakt. Het belang van de sociale zekerheid wordt niet betwist, evenmin als de moeilijkheid om deze op te splitsen. Maar wie van meet af aan beweert dat dit het meest delicate punt zal zijn, lijkt tal van andere kwesties te onderschatten, zoals de verdeling van de overheidsschuld, het statuut van Brussel, of het statuut van de Vlaamse rand en van de Franstaligen die er wonen. Bovendien zou het splitsen van de sociale zekerheid, met behoud van de solidariteitsmechanismen op lange termijn, neerkomen op het ontmantelen van wat er bestaat en werkt, om het te vervangen door iets dat vanaf nul moet worden heropgebouwd. Dit terwijl dergelijke operatie, als deze werkt, hetzelfde resultaat zou opleveren. De politici zouden hun tijd en energie veel nuttiger kunnen besteden aan andere kwesties.

En in de praktijk?

De stelling van de heer Demelenne is niet alleen twijfelachtig in termen van de veronderstellingen waarop ze gebaseerd is, maar ook in termen van de oplossingen die ze voorstaat. Deze oplossingen kunnen als volgt worden samengevat: de Franstalige gemeenschap moet de Vlaamse eisen voor een verdeling van de bevoegdheden aanvaarden en in ruil daarvoor garanties onderhandelen over de interregionale solidariteit op lange termijn, en het statuut van de Franstaligen in de Vlaamse rand rond Brussel.

Het opsplitsen van wat er van de federale bevoegdheden overblijft, is in theorie ongetwijfeld denkbaar, maar de prijs voor het in de praktijk brengen ervan zou zeer hoog. De ervaring leert dat elke bevoegdheidsverdeling gepaard gaat met de noodzaak om meerdere samenwerkingsakkoorden af te sluiten, enkel en alleen om de instellingen in staat te stellen samen te blijven werken op het kleine Belgische grondgebied. Het sluiten van deze overeenkomsten is omslachtig en tijdrovend en stuit op politieke en technische beperkingent die een efficiënte politieke besluitvorming bemoeilijken en die dus niet in het belang van de bevolking zijn. Zo heeft het bijvoorbeeld niet minder dan 15 jaar geduurd om een samenwerkingsakkoord over de kerkfabrieken af te sluiten. Dit geeft te denken over hoelang het dan wel niet zou duren om een akkoord af te sluiten over de sociale zekerheid, over de vennootschapsbelasting of over een spoorwegnet waarvan het kleine Brusselse gewest het epicentrum is. De regionalisering van de politie en de rechterlijke macht zou leiden tot een toename van bevoegdheidsconflicten, geschillen over het gebruik van talen of vertragingen bij de behandeling van zaken, dit alles ten koste van de rechtzoekende en ten voordele van de georganiseerde misdaad.

Men kan zich afvragen welke alternatieven men moet bedenken in ruil voor deze opsplitsing. Hoe kan de door de heer Demelenne gewenste interregionale solidariteit worden gehandhaafd in een quasi uitgekleed België? Hiervoor zou een zoveelste samenwerkingsovereenkomst moeten worden gesloten, waarvan het technische karakter zelfs de beste advocaten en economen van het koninkrijk zou afschrikken. Het is niet uitgesloten dat zelfs de complexiteit van de Brexit zou verbleken bij de complexiteit van de onderhandelingen over zo’n overeenkomst. Wat de garanties voor de Franstaligen in de Brusselse periferie betreft, kunnen we alleen maar vaststellen dat deze reeds zijn onderhandeld, heronderhandeld, gereguleerd, gelegaliseerd en soms zelfs geconstitutionaliseerd, zonder dat deze maatregelen ooit tot duurzame rust hebben geleid. Waarom zou dit anders zijn in een rest-België?

Een rest-België, dat lijkt op het "confederale model" waar de N-VA voor pleit, is geen oplossing. Het zou betekenen dat de communautaire problemen die we vandaag al zien, nog vele malen erger zouden worden.

Voor een zevende staatshervorming

Meeheulen met de nationalisten is niet de juiste strategie. We verbazen ons erover dat de heer Demelenne zelf in de val is gelopen die de nationalisten gespannen hebben. Uitgerekend hij, die vroeger het nationalisme terecht aan de kaak stelde. Kijk maar naar hoe weinig aandacht hij in zijn stukje proza besteedt aan de Brusselse kwesties. We zijn het echter op twee punten met hem eens: de noodzaak om te stoppen met het demoniseren van de Vlamingen en de noodzaak van een zevende Staatshervorming.

Een zevende staatshervorming zou de huidige problemen niet nog erger mogen maken, maar integendeel veeleer enige orde moeten scheppen in de tijdens de zes vorige staatshervormingen tot stand gekomen koterijen. De federale instellingen moeten worden gemoderniseerd met het oog op een grotere efficiëntie en democratische legitimiteit. Precies daarom pleit B Plus samen met andere organisaties voor de oprichting van een federale kieskring. De bevoegdheidsverdeling moet worden gerationaliseerd en verduidelijkt, met respect voor het subsidiariteitsbeginsel. Maar tegelijk moet de federale overheid de middelen krijgen om op te treden wanneer de deelstaten niet in staat blijken een doeltreffend beleid te voeren. En ook de herfederalisering van bepaalde bevoegdheden mag geen taboe zijn.

Een echte modernisering van de structuren van de Belgische staat vereist echter dat iedereen de moed heeft om bepaalde taboes uit de weg te gaan. Voor de Franstaligen zal dit er zeker in bestaan om op overtuigende wijze aan te tonen dat België meer is dan een middel om te profiteren van de Vlaamse solidariteit, bijvoorbeeld door het leren van het Nederlands eindelijk verplicht te stellen in het Franstalig onderwijs. De Franstaligen zullen ook bepaalde institutionele taboes moeten laten varen, opdat op zich legitieme mechanismen ter bescherming van de Franstalige minderheid niet zouden misbruikt worden om de instellingen systematisch te gaan blokkeren.

De keuze voor “confederalisme” of een “rest-België” betekent een vlucht vooruit naar een afbraakpolitiek. Terwijl onze burgers eeder snakken naar een nieuwe impuls en een nieuw project voor België.