De media hebben het de voorbije dagen uitvoerig herhaald: de zogenaamde “Arizona”-regering is inmiddels een jaar aan de macht. Los van de evaluatie van dat eerste jaar, de genomen en geplande begrotingsmaatregelen en de vermeende transformatie van de eerste minister, is het vooral belangrijk om verder vooruit te kijken.

Van agitator tot eerste minister: Bart De Wever

Zowel de Vlaamse als de Franstalige pers heeft uitgebreid aandacht besteed aan de evolutie van Bart De Wever. Het scheelde niet veel of de politieke agitator van twintig jaar geleden werd heilig verklaard. Toen liet hij nog vrachtwagens met valse bankbiljetten naar Strépy-Thieu rijden om te protesteren tegen de vermeende geldstromen van Vlaanderen naar een “onder infuus”-Wallonië.

Vandaag wordt hij voorgesteld als een staatsman en een gerespecteerde eerste minister, ook in Franstalige middens. Hij heeft zich de voorbije jaren dan ook sterk ingespannen om die kringen te charmeren. Zijn optreden op de Grandes Conférences catholiques was in dat opzicht zelfs opmerkelijk. Toch mag men zich afvragen wat er precies achter deze nieuwe uitstraling schuilgaat.

Een ongewijzigde ideologie

De eerste minister mag dan wel van toon veranderd zijn, het is zeer de vraag of zijn politieke project mee is geëvolueerd. Hij heeft zelf aangegeven te rekenen op de precaire toestand van de overheidsfinanciën om op termijn een nieuwe staatshervorming af te dwingen (HLN, 31/12/2025).

Het is weinig waarschijnlijk dat de institutionele koers die hij daarbij voor ogen heeft, zal leiden tot een versterking van het federale niveau en de nationale samenhang. Integendeel. Ook Axel Ronse, fractieleider van de N-VA in de Kamer, maakte duidelijk dat het confederalisme de kernprioriteit van zijn partij blijft (LLB, 24/01/2026).

Achter de mildere toon schuilt nog steeds dezelfde ambitie: de geleidelijke ontmanteling van België. Dat het vroegere separatisme vandaag wordt verpakt onder de term “confederalisme”, verandert daar niets aan. Het gaat vooral om politieke marketing.

Dat het vroegere separatisme vandaag wordt verpakt onder de term “confederalisme”, verandert daar niets aan. Het gaat vooral om politieke marketing.

2029

Eén ding staat vast: het institutionele debat in België is verre van afgesloten. Vandaag staat het op de achtergrond door het ontbreken van een tweederdemeerderheid, maar bij de verkiezingen van 2029 zal het opnieuw centraal staan. Dan zal opnieuw worden gedebatteerd over de toekomst van het land. De toestand van de federale begroting en de structurele problemen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest maken duidelijk dat hervormingen nodig zijn. De N-VA hoopt in dat debat vanuit een machtspositie haar eisen te kunnen doordrukken. Vanuit dat perspectief moet ook de mildere houding van De Wever tegenover de Franstaligen worden begrepen: hij beseft dat hij bondgenoten nodig heeft, ook over de taalgrens.

Andere projecten

De voortdurende ontmanteling van België is noch wenselijk, noch onvermijdelijk. Wat de Belgen nodig hebben, is een verbindend en toekomstgericht project. In een context van toenemende internationale spanningen en een onder druk staande Europese eenheid is verdere interne verdeeldheid bijzonder onverstandig.

Dat een partij met een uitgesproken separatistische oorsprong haar institutionele agenda wil realiseren, is op zich niet verrassend. Opvallender is het stilzwijgen van de andere partijen, zowel in Vlaanderen als in Wallonië. Het is hoog tijd dat de niet-nationalistische partijen, die het Pact voor België van B Plus onderschreven, wakker worden en met eigen voorstellen komen.

Het is hoog tijd dat de niet-nationalistische partijen, die het Pact voor België van B Plus onderschreven, wakker worden en met eigen voorstellen komen.

De Belgen verwachten duidelijke, efficiënte instellingen die de centen van de overheid verantwoord beheren. De coronapandemie van 2020 en de overstromingen van 2021 hebben aangetoond hoe duur, complex en inefficiënt de huidige staatsstructuur is. Wat burgers willen, is geen nieuwe versnippering van bevoegdheden, maar een coherent project dat samenwerking en vertrouwen bevordert. Partijen die de moed hebben om een positief institutioneel verhaal te brengen, zullen daarvoor beloond worden. Zij die blijven zwijgen, maken zich medeplichtig aan een negatieve en polariserende logica.

Tijd voor moed

Aan ideeën is er nochtans geen gebrek: herfederalisering van bevoegdheden, een duidelijke normhiërarchie, een federale kieskring, de bevordering van meertaligheid… Het probleem is niet het gebrek aan oplossingen, maar het gebrek aan politieke moed om ze te verdedigen.

Aan ideeën is er nochtans geen gebrek: herfederalisering van bevoegdheden, een duidelijke normhiërarchie, een federale kieskring, de bevordering van meertaligheid… Het probleem is niet het gebrek aan oplossingen, maar het gebrek aan politieke moed om ze te verdedigen. Zolang institutionele thema’s exclusief worden overgelaten aan separatisten, blijft het debat scheefgetrokken. Wie durft eindelijk een positief, verenigend project voor België naar voren te schuiven?